Logo kliknieuws.nl/bosscheomroep
<p>Grafmonument van de familie Van Beugen. Dochter Dorothea is verantwoordelijk voor de bouw van het Kapucijnenklooster.</p>

Grafmonument van de familie Van Beugen. Dochter Dorothea is verantwoordelijk voor de bouw van het Kapucijnenklooster.

(Foto: Lisette Broess-Croonen)

Begraafplaats Orthen: grafmonument familie Van Beugen

  •   keer gelezen   Historie

DEN BOSCH | De Bossche Omroep plaatst een serie met verhalen over bijzondere graven op begraafplaats Orthen. De enige begraafplaats in de stad is de laatste rustplaats van vele Bosschenaren, bekend en minder bekend. En achter elk graf schuilt een verhaal.

door Lisette Broess-Croonen

Een van de grafmonumenten is van de familie Van Beugen. Hier liggen Dorothéa van Beugen en haar ouders Petrus Franciscus van Beugen en Johanna Maria Mennen. De familie Van Beugen was een vooraanstaande familie in de stad en de provincie Noord-Brabant.

Rijke lakenkoopman

Petrus Van Beugen (1813-1895) was een rijke lakenkoopman, fabrikant en opperbrandmeester van Den Bosch. Hij trouwde met Anna Dorothea Voets, die al op dertigjarige leeftijd overleed. Hierna trouwde hij met Johanna Mennen. Het echtpaar kreeg drie dochters: Maria, Jeanette en Dorothea. Maria werd slechts drie jaar oud, de andere twee dochters stelden hun leven in dienst van de kerk. Beiden gingen naar een dure kostschool van de zusters Ursulinen. 

Mariaoord

Jeanette treedt als non toe tot de zusters Ursulinen en leeft verder als zuster Marie-Joseph. In 1899 verhuist ze naar Vught, waar de zusters Mariaoord stichten, een pensionaat, normaalschool en later een kweekschool. In eerste instantie is Jeanette zuster, onderwijzeres en directrice van de normaalschool. Later wordt ze overste van het Ursulinenklooster Mariaoord. Wanneer ze vijftig jaar zuster is, overlijdt ze na een lang ziekbed.

Kapucijnenklooster

Dorothea wilde ook graag zuster worden, maar voelde zich verplicht om voor haar ouders te zorgen. Toen haar moeder overleed, ontstonden bij haar vader psychische problemen. Uiteindelijk werd hij opgenomen in Huize Padua waar hij werd verzorgd door de broeders Penitenten. Dorothea was onder andere presidente van de vrouwenafdeling van de Derde Orde in Den Bosch en oprichtster en presidente van het meisjespatronaat van Sint Cathrien. Haar rijke nalatenschap gebruikt ze onder andere om een kapucijnenklooster te laten bouwen aan de Van der Does de Willeboissingel. Ook schonk ze een groot stuk land aan de broeders Penitenten in Biezenmortel, waar de broeders Huize Assisië stichtten. In 1914 ontving ze de pauselijke onderscheiding ‘Pro Ecclesia et Pontifice’.

Geloof, hoop en liefde

Het graf van Dorothea en haar ouders bestaat uit een liggende grafplaat waarop een stele is geplaatst. Deze wordt bekroond door een kruis. Op de zijkanten van de stele zijn in reliëf een kruis, anker en brandend hart aangebracht. Dit zijn de symbolen van geloof, hoop en liefde. Op de grafplaat zijn de familiewapens van Van Beugen en Mennen gehakt.

Meer berichten