Logo kliknieuws.nl/bosscheomroep
<p>Ferry van de Grint was twintig jaar toen hij naar Afghanistan ging. &quot;We hielpen dorpen om zelfstandiger te worden, zodat ze minder afhankelijk waren van de Taliban. Het is verschrikkelijk hoe het daar nu gaat.&quot;</p>

Ferry van de Grint was twintig jaar toen hij naar Afghanistan ging. "We hielpen dorpen om zelfstandiger te worden, zodat ze minder afhankelijk waren van de Taliban. Het is verschrikkelijk hoe het daar nu gaat."

(Foto: )

“Die blije kinderen van toen kunnen nooit meer blij zijn”

  •   keer gelezen   Human Interest

ROSMALEN | Twintig jaar geleden pleegde Al-Qaida een terroristische aanval op Amerika. Het land reageerde met een aanval op Afghanistan, waar de Taliban onderdak bood aan Al-Qaida. Ook Nederlandse militairen werden uitgezonden naar Afghanistan, waaronder Ferry van de Grint.

door Lisette Broess-Croonen

De nu 33-jarige Rosmalenaar was twintig toen hij naar Afghanistan ging. “Ik werd aangenomen als mitrailleurschutter, maar werd een manusje van alles omdat ik ook diverse rijbewijzen had en gewonden kon verzorgen. Ik kwam op verschillende plekken en heb genoten van het rijden door de woestijn en het lopen van de patrouilles. Afghanistan is een prachtig land.”

Vrede en veiligheid

De Nederlandse militairen waren er voor de wederopbouw voor vrede en veiligheid. “We hielpen dorpen om zelfstandiger te worden, zodat ze minder afhankelijk waren van de Taliban. Sommige mensen waren heel aardig en meewerkend en vooral de kinderen reageerden meestal enthousiast. Maar de meeste volwassenen keerden zich van ons af. Het was voor hen een risico om met ons samen te werken. We beveiligden onder andere de overleggen tussen dorpen en milities. Toch is het een extremist een keer gelukt om zich bij zo’n overleg op te blazen.”
Het was voor de twintiger spannend om op zo’n jonge leeftijd zo lang van huis te zijn. “Die spanning trok me wel aan. Maar voor we gingen, moesten we een handleiding nabestaanden invullen. Ik heb mijn eigen begrafenis geschreven. Dat was wel heel confronterend en daar wil je op die leeftijd helemaal niet aan denken.” 

Bermbom

Van de Grint was toen nog niet zo bezig met het hogere belang van de missie. “Ik probeerde gewoon weer levend thuis te komen. Iedereen die we ondertussen konden helpen, was mooi meegenomen. Het kantelpunt kwam tijdens een dienst van wachtlopen. We hoorden een explosie en toen we gingen kijken, bleken een opa, vader en zoontje op een bermbom te zijn gereden. De vader was direct dood. De opa en kleinzoon reden we naar ons kamp om te kunnen verzorgen. Ze waren gewoon bezig met landbouwen toen ze op die bom reden. Dat was wel shocking. Na thuiskomst ben ik veel gaan nadenken en werd de ernst van de missie me pas echt duidelijk. Ik vroeg me af of ik het wel goed had gedaan. Dat nadenken en de dingen die ik gezien had, werkten traumatiserend. De kind-slachtoffers en de afgerukte ledematen. Op een gegeven moment begon ik daardoor PTSS te ontwikkelen. Ik gaf iedereen overal de schuld van, want ik wilde niet onder ogen zien dat ik een twintigjarige was met een trauma. In een paar maanden tijd was ik een paar jaar ouder geworden. Gelukkig is het bij mij geen PTSS geworden, maar PTG, Post Traumatische Groei. Mijn tijd daar heeft me gemaakt tot de man die ik nu ben.”

Wanhoopsdaden

Enkele weken terug verlieten de Amerikanen het land en direct keerde de onrust weer terug. De Taliban neemt het land weer over. “Het is verschrikkelijk om te zien. De wanhoopsdaden van de inwoners om het land te ontvluchten. Als de situatie zich zo blijft ontwikkelen, komt er een moment dat we als militairen weer naar Afghanistan moeten. Ik denk dat de Islamitische extremisten uiteindelijk ook over de landgrenzen van Afghanistan gaan. Zij zijn gevaarlijker dan de Taliban. In mijn tijd daar heb ik veel bewondering gekregen voor de koran en de discipline om hem te volgen. De slechtheid komt uit het misbruik door de extremisten. Die leggen de koran uit zoals het hen uitkomt en omdat veel mensen niet kunnen lezen, geloven ze het.”

“Toen ik in Afghanistan was, gingen we ook langs scholen om spullen te geven, zoals pennen en schriften. Die kinderen waren zo makkelijk blij te krijgen met simpele dingen. Ik vind het een zware gedachte dat die blije kinderen van toen nooit meer blij kunnen zijn.”

Meer berichten