Reactie op ingezonden brief over Kraaijenbergse Plassen.
Reactie op ingezonden brief over Kraaijenbergse Plassen.

Reactie op ingezonden brief over Kraaijenbergse Plassen

  •   keer gelezen   Column

In de ingezonden brief van dhr. Jeroen van Druten uit Grave (van dinsdag 12 januari jl.) lees je drie verschillende zaken die door hem met elkaar worden verbonden, met als gevolg dat er een totaal verkeerde suggestie ontstaat.

Ten eerste blijkt dat dhr. van Druten niet weet dat er een nieuwe wet in werking is getreden; ten tweede is hij teleurgesteld en boos omdat hij niet meer gratis met zijn jacht aan de oevers van de Kraaijenbergse Plassen kan overnachten en ten derde lijkt hij een boosdoener te zoeken voor het feit dat hij niet meer voor een dubbeltje op de eerste rang kan zitten.

Wat zijn de werkelijke feiten:
In 2012 heeft de regering de wet Markt en Overheid aangenomen. Daarin wordt, kort gezegd, bepaald dat de overheid alleen nog commerciële diensten mag aanbieden als zij daar alle integrale kosten voor in rekening brengt. Dit betekent o.a. dat de overheid bijvoorbeeld alleen ligplaatsen voor jachten ter overnachting mag aanbieden als zij daarvoor liggelden gaat berekenen waarmee alle kosten kunnen worden gedekt. Dit is dus een wet die in het gehele land geldt, en waarvoor een overgangstermijn gold – om de gemeenten de kans te geven om de regelgeving daarop af te stemmen – tot 1 juli 2014.
In het voorjaar van 2014 begon de gemeente Cuijk met het vernieuwen van de aanlegoevers aan de noordzijde van de Kraaijenbergse Plassen. Het leek er op, dat er een besluit was genomen in de zin van "als wij moeten gaan berekenen, dan moeten wij ook iets bieden". De realiteit was echter, dat de gemeente helemaal geen liggelden ging innen; ook na 1 juli 2014 niet, toen dit wettelijk verplicht was.

In september 2014 – ik was toen reeds in onderhandeling over de verkoop van de jachthaven - was ik op het gemeentehuis voor een overleg op ambtelijk niveau. Daarbij maakte ik van de gelegenheid gebruik om er op te wijzen, dat de gemeente zich niet aan de wet had gehouden. En doordat de ambtenaar direct "de hakken in het zand zette", kwam dit onderwerp op bestuurlijk niveau terecht, hetgeen er uiteindelijk in resulteerde dat in april 2015 de Autoriteit Consument en Markt werd ingeschakeld, omdat de Gemeente Cuijk meende gegronde redenen te hebben waarom de wet voor hen niet zou gelden, en dit tot het uiterste uitgezocht wilde hebben.
De uitspraak van de ACM betekent overigens niet, dat er aan de noordzijde van de Kraaijenbergse Plas niet meer overnacht mag worden. Het betekent slechts, dat ook de Gemeente Cuijk zich aan de wet dient te houden, en dus ook liggeld voor een overnachtingsplaats moet gaan berekenen. Voor alle vervolgbeslissingen en gevolgen daarvan is de gemeente zelf verantwoordelijk, en niemand anders.

Alle beslissingen die de gemeente Cuijk neemt of heeft genomen, zijn dus het gevolg van gewijzigde wetgeving, en beslist niet van één of ander commercieel belang.

Dhr. van Druten was af en toe als passant te gast in onze jachthaven, en het verbaast mij niet dat hij een dergelijke suggestieve brief schrijft, zonder zich eerst in de kwestie te verdiepen. Als hij dit wel zou hebben gedaan, zou hij hebben geweten dat het voor de gemeente Cuijk dus geen kwestie van "rug recht houden" is geweest, maar dat er sprake is van algemene Nederlandse wetgeving. Bovendien; omdat de ACM zich pas met de discussie is gaan bemoeien toen ik de jachthaven al 4 maanden niet meer in mijn bezit had, kon er dus helemaal geen sprake meer zijn van een commercieel belang mijnerzijds. Des te kwalijker is het dus dat hij suggereert, alsof ik verantwoordelijk ben voor de gevolgen van de gewijzigde wetgeving.
Dhr. van Druten gebruikt in zijn ingezonden brief termen, waaruit zijn boosheid blijkt. Het is alleen jammer dat hij klaarblijkelijk niet beseft dat hij om een gunst vraagt die voor geen enkele recreant geldt. Immers, dhr. van Druten wordt al boos als hij voor een overnachting met zijn boot van vele tienduizenden euro's een kleine vergoeding moet betalen, terwijl een jong stel zelfs geen goedkoop klein tentje aan de oever van de Kraaijenbergse Plassen mag neerzetten. En het is natuurlijk helemaal dom, als je je boosheid op een ander afwentelt, terwijl iedereen tussen de regels door kan lezen dat je boos bent, omdat je niet meer voor een dubbeltje op de eerste rang kan zitten. Om een voorbeeld te noemen: de vereniging waarvan dhr. Van Drunen lid is (omdat het liggeld daar zo goedkoop is), is omgeven door een groot hekwerk. Daarentegen is het jachthaventerrein in Linden voor iedereen toegankelijk. Welke jachthaven zou dhr. van Druten nu de jachthaven met de westerse mentaliteit noemen, en welke jachthaven zou in zijn beleving de jachthaven met de gemoedelijke mentaliteit zijn? Of bestaat de kans dat dit oordeel voor hem afhankelijk is van de prijs die voor een overnachting moet worden betaald?

Het zou van realiteitszin getuigen als dhr. Van Druten zou beseffen dat elke vorm van recreëren geld kost, en dat het opzetten van een klein tentje op een camping meer kost, dan een overnachtingsplaats voor zijn jacht van 10,00 meter lang. Het is misleidend om nu te suggereren alsof de Kraaijenbergse Plassen nu niet meer voor een ieder toegankelijk zouden zijn, en alsof er nu geen keuzes meer gemaakt kunnen worden. Ik ben er van overtuigd, dat dhr. van Druten het komend seizoen nog met regelmaat op de Kraaijenbergse Plassen zal komen, en er voor gaat kiezen om een overnachtingplaats te zoeken waar hij niet hoeft te betalen; al is het moederziel alleen "voor anker". 

Ik heb dhr. Van Druten per brief uitgelegd hoe de vork precies in de steel zit, en hem gevraagd om per ingezonden brief een rectificatie in uw krant te plaatsen, waarbij hij zich dan gelijktijdig kan verontschuldigen voor de onterechte beschuldigingen aan mijn adres. Het zal blijken of hij genoeg karakter toont om zijn fouten publiekelijk te corrigeren.

Met vriendelijke groet,

A.T.J.M. (Ton) Brasker
Linden

Meer berichten