Annie Otler met in haar hand het boek met haar levensverhaal. 
Annie Otler met in haar hand het boek met haar levensverhaal. 

Cuijkse Annie Otler kwam in 1951 uit Indonesië: 'En koud dat het in Nederland was...!'

  •   keer gelezen   Human Interest

CUIJK | Op 14 april 1951 vertrokken uit Soerabaja acht passagiersschepen met duizenden repatrianten naar Nederland. De politiek stond hun het wonen in Indonesië niet meer toe. Op het Noorse schip 'Skaubryn' was ook Annie Otler en haar Molukse man Lukas. Annie was vijf maanden zwanger van hun eerste kind.

Door Josje Goos en Lidwien Buné

Annie (88) vertelt: "Op 10 mei 1951 kwamen we aan in de haven van Rotterdam. Het was zó koud. Alle passagiers werden naar een grote zaal gebracht, waar op lange tafels schalen met rijst, boontjes, vlees en sambal stonden. Héér-lijk! Daar werden we lekker warm van. Iedereen werd medisch gekeurd en nagekeken op tropische ziektes als malaria, dysenterie en TBC. In Indonesië was ik al hiervoor ingeënt, maar velen waren dat niet."

Westerbork
Ze vervolgt: "Hierna werden we in groepen gesplitst die in diverse kampen werden ondergebracht. Wij gingen naar Schattenberg, een groot kamp in Westerbork bij Assen. Alles werd door de regering verzorgd: we kregen een ruimte om in te wonen met een bed, een opklaptafel, stoelen en een kacheltje. Verder maaltijden -die je op je kamer moest opeten-, huishoudspullen en bonnen voor kleding en schoenen. Elke volwassene kreeg per week drie gulden zakgeld en elk kind twee gulden. Er was in het kamp ook een school. Voor velen was de Nederlandse taal moeilijk en velen hadden het erg koud. Soms gingen we met de bus naar Assen, gezellig winkelen. We zijn maar kort in Westerbork geweest, begin augustus verhuisden we, met een vaste groep, naar 'Graetheide', een kleiner kamp bij Geleen. Daar is op 20 augustus onze oudste dochter geboren. Na een kort verblijf daar zijn wij, ook weer -heel fijn- met een vaste groep op 31 oktober naar 'Vilheide' verhuisd, een nog kleiner kamp in Mill. In het kamp werden we begeleid door de beheerder, die ons de Nederlandse taal en cultuur leerde."

"De winter kwam er aan en het was zó koud, zó koud! We hebben wel gelachen: men kende wel ijs, maar begreep niet dat de ijspegels aan de dakrand niet om te snoepen waren. Ook kregen we te horen dat in de winter warme laarzen met dikke sokken beter voor je waren dan de open sandaaltjes waarop je gewoon was te lopen. Maar wij wisten helemaal niet wat laarzen waren! Daar kwamen we, na veel gebarentaal, pas achter in de schoenenzaak."

Familie
"Er was veel contact met de familie in Indonesië. Toen ik een baby van twee maanden was werden mijn Javaanse ouders ziek en stierven. Het gezin van vier kinderen viel uit elkaar. Ik ben liefdevol door mijn Javaanse adoptiemoeder en mijn Nederlandse adoptiepapa opgevoed. Ik ging naar de Nederlandse lagere school. Ik had steeds goed contact met mijn halfzus uit het eerste huwelijk van mijn adoptiemoeder. Zij is in Indonesië gebleven bij haar moeder. Het afscheid nemen van land en familie was zeer moeilijk. Wij bleven veel schrijven. Toen de politiek verbood contact te hebben met familie was dat een zware, verdrietige periode. In 1971 werd Soeharto president, toen is dat verbod gelukkig opgeheven. We hebben elkaar daarna vaak geschreven en bezocht."

"In Nederland moest mijn man werk zoeken. Hij had, als vrijwilliger in het leger in Indonesië, niets, ook geen beroep. Hij moest geld verdienen en heeft altijd aan de lopende band gewerkt, eerst bij Friki Boxmeer, nam ontslag, werkte daarna bij de Nederlandse Radiateuren Fabriek in Mill en als laatste bij typemachinefabriek Royal McBee (later Adler) in Cuijk."

Cuijk Noord
"Vanuit Mill zijn we in Cuijk Noord terechtgekomen. We hadden intussen tien kinderen, de laatste drie zijn in Cuijk geboren. De kinderen gingen hier naar school, hadden vrienden, het was een gezellige boel. Jammer genoeg is mijn man in juni 1989 te vroeg overleden en later overleden ook twee van mijn kinderen, maar ze leven in mijn hart. Ik geniet heel erg van de kinderen en kleinkinderen, we hebben veel contact, heel hartverwarmend. Ze zorgen goed voor mij. Mijn levensverhaal heb ik samen met mijn oudste kleindochter Claudia opgetekend en daar is een boekje van gemaakt."

Meer berichten