De fietsverbinding over de Maas behoeft verbreding, maar de eigenaar geeft daar geen proiriteit aan.
De fietsverbinding over de Maas behoeft verbreding, maar de eigenaar geeft daar geen proiriteit aan. (Foto: Jos Gröniger)

Ministerie en Rijkswaterstaat geven geen prioriteit aan verbreding fietspad Maasbrug

  •   keer gelezen   Verkeer en vervoer

GENNEP / OEFFELT | De voortvarende plannen uit 2016 en 2018 ten spijt lijkt de verbreding van het fietspad langs de Maasbrug tussen Gennep en Oeffelt er voorlopig niet te komen. Als het aan de eigenaar van de Brug, Rijkswaterstaat (RWS), ligt worden de verbreding niet gelijktijdig uitgevoerd met de werkzaamheden Flessenhals Maas. Voor B en W van Gennep is de prioritering van RWS niet acceptabel. Gennep en buurgemeente Land van Cuijk proberen met een schrijven aan het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) beheerder Rijkswaterstaat te bewegen tot een snellere aanpassing over te gaan.

Dat het er de provincies Limburg en Noord Brabant (beiden zijn beheerder van de brug) veel aan gelegen is de verbreding van twee naar drieënhalve meter door te voeren blijkt uit het feit dat beiden de bijdrage aan de kosten gereserveerd hebben. Limburg en Noord Brabant hebben elk een derde deel van de totale som van vijf en een kwart miljoen euro opzijgezet.
Met dat geld zou de fietsoversteek langs de brug bij de N264 over de Maas verbreed kunnen worden. Dagelijks steken zo’n drieduizend fietsers tussen Oeffelt en Gennep de Maas over. De huidige breedte van twee meter is niet toereikend voor dat aantal bewegingen. De fietsverbinding voldoet niet aan de landelijke normen voor tweerichtingsfietspaden. Daarbij komt dat de provincies de ambitie hebben zich te profileren als fiets promotende organen.
De beschikbare middelen en de getoonde ambities zijn echter niet voldoende het plan voort te trekken. Medewerking van de eigenaar Rijkswaterstaat en het aansturende ministerie is zeker zo belangrijk.
In een eerdere brief hebben de gemeentes, de regio’s en de provincies RWS en het ministerie van I&W al aangespoord en gevraagd de verantwoordelijkheid te nemen en het resterende derde deel van de kosten bij te dragen. Het ministerie heeft daarop geantwoord dat de Maasbrug op korte en middellange termijn geen onderhoud nodig heeft. Omdat de verbetering van de fietsverbinding geen prioriteit heeft worden geen middelen gereserveerd. Ook is er geen ruimte voor een bijdrage.
Het ministerie ziet geen redenen de werkzaamheden gelijktijdig met het project Ruimte voor de Maas bij Oeffelt uit te voeren.
Wel is medewerking aan de initiatiefnemers toegezegd. Zij zouden voor eigen rekeningen risico, zonder belemmering voor aangrenzende projecten de gewenste werkzaamheden kunnen uitvoeren.
Dat gegeven heeft Brabant doen besluiten de verantwoordelijke op het ministerie rechtstreeks te benaderen. Ook dat contact bood geen soelaas. ‘Er is geen enkel ambtelijk perspectief deze fietsverbinding op de agenda te krijgen’, schrijft B en W aan de raad. Er wordt gerept over een periode van dertig jaar.

De initiatiefnemers berusten niet in het lot en denken erover een eigen plan te trekken. Ook is de politiek gevraagd de fietsbrug op de agenda te plaatsen. De initiatiefnemers hebben laten weten open te staan voor een gesprek met het ministerie, met respect voor elkaars mogelijkheden en uitgangspunten.

Jos Gröniger
Meer berichten