De geschiedenis van de Marokkaanse gastarbeiders in Veghel | Kliknieuws
Logo kliknieuws.nl/stadskrantveghel
<p>Hussain Ben Haddou (75) en Anoir Benabdillah bij de Moskee Annour in de Beatrixsingel. Hussain heeft nog meegebouwd aan de moskee.</p>

Hussain Ben Haddou (75) en Anoir Benabdillah bij de Moskee Annour in de Beatrixsingel. Hussain heeft nog meegebouwd aan de moskee.

De geschiedenis van de Marokkaanse gastarbeiders in Veghel

  •   keer gelezen

VEGHEL | Onze hoofdredacteur werd onlangs benaderd door Anoir Benabdillah. De Veghelaar is in de geschiedenis van de Marokkaanse gastarbeiders gedoken en heeft zijn onderzoek op papier gezet. Het leek hem interessant om dit in de Stadskrant Veghel te publiceren. Nu zijn wij wel gecharmeerd van een stukje burgerjournalistiek dus zijn Anoirs bevindingen hieronder te lezen. “Ik wilde dit graag om de geschiedenis niet verloren te laten gaan, want de eerste generatie met hun verhalen verlaat ons langzaam. Het project is me echt heel dierbaar”, aldus Benabdillah.

Door: Anoir Benabdillah.

Begin jaren ‘70 zetten zij voet aan de grond... De grondleggers van hun kroost die vandaag de dag hier wonen, werken, ondernemen en meer Brabants zijn dan menig mens had gedacht.

Laat me je meenemen naar een tijd waarin de Gouden Generatie van Marokkaanse gastarbeiders hun voeten voortbewegen in een klein dorp en inmiddels uitgegroeid tot een stad. Een stad vol industrie en met een enorme rijke geschiedenis: Veghel. Veghel telt ruim 30.000 inwoners. Hiervan is anno 2021 bijna 1 procent van Marokkaanse komaf. Dat maakt het aantal Nederlandse Marokkanen 400.

De reis hiernaartoe
De reis hiernaartoe was erg spannend voor hen. Ze moesten familie, zoals ouders, broers, zussen, vrouw en kinderen achterlaten. Hierdoor hadden ze veel verdriet en veel heimwee in het begin. Het nieuwe klimaat, de korte en koude dagen en de zware arbeid.

Aankomst
Geheel vervreemd in een nieuw land met hoop om ooit weer terug te keren naar hun land van herkomst zetten zij de eerste stappen in een melkfabriek die door boeren in deze regio werd opgericht. Volgens verschillende verhalen landden zij per vliegtuig op 17 maart 1970 in Parijs, waarna zij per bus naar Rotterdam vertrokken. Eenmaal aangekomen in voor hen het koude Nederland, overnachtten zij daar voor een dag waarna zij per bus weer richting Veghel vertrokken.


Andere arbeiders komen weer later en vanuit andere streken, bijvoorbeeld uit de Achterhoek. Zo vertelt één van de mannen van de eerste generatie dat zij landden in februari en het sneeuwde. Dit fenomeen was enorm bijzonder voor hen, want zij hadden nimmer sneeuw gezien in land van herkomst. Later vertrok ook deze groep vanuit de Achterhoek naar Veghel.
Beide groepen kwamen aan om te werken bij het toen hetende De Meijerij Vereniging (vernoemd naar de regio waarin Veghel zich bevindt), later DMV Campina en anno 2021 Friesland Campina.

Herkomst
De eerste lichting Marokkaanse mannen kwamen bijna allen uit de stad Fes in Marokko. Een stad gelegen in het hartje van Marokko dat momenteel 3 miljoen mensen telt en waar de temperatuur in de zomer tot 50 graden kan reiken.
De eerste lichting gastarbeiders die hiernaartoe kwamen telden ongeveer 50 man (zie foto). De foto is volgens één van de vertellers genomen na één van de Nederlandse lessen, gegeven door mevrouw Paulien voor het pension waar de gastarbeiders destijds verbleven. Het Pension heette As Sa’aada en de naam werd uitgekozen door de bewoners zelf. Het is nu gelegen tegenover het Huidige Friesland Campina naast de feestzaal ‘De Ambiance’. Naar verluidt hebben zij er circa 5.5 jaar gewoond.

Werving
De werving werd in Marokko gedaan op zogenaamde arbeidsbureaus. Zo werden de arbeidsmigranten opgeroepen om aan een aantal testen deel te nemen. Ze moesten de Franse taal zowel kunnen lezen als schrijven. Soms stonden de arbeidsmigranten de hele dag of dagenlang te wachten in een rij om getest te worden, omdat er zo veel animo was.

Werkzaamheden
Volgens verschillende arbeiders die ik spreek waren de werkzaamheden zwaar en dat blijkt ook uit het aantal mensen die nog steeds schade hebben aan bepaalde ledematen. Zo vertelt één van de geïnterviewde: “Soms moesten we met z’n tweeën waterslangen naar 3 meter hoog tillen zonder enige vorm van hulp van machines.” Ook vertelt hij dat zij pallets en zakken van 25 kilogram moesten tillen en in verschillende containers gooiden.


Anoir en Hussain.

Ook meldden verschillende oud-arbeiders dat zij tussen machines vast kwamen te zitten en bijvoorbeeld een vinger verbrijzelde of een stukje van de hand verloren. Gedurende die tijd was er nog geen Arbowet en geen streng toezicht...

Het verblijf
Het verblijf van de eerste generatie migranten hier en hun vrijetijdsbesteding kreeg steeds meer vorm. Door hun lage loonkosten en grote werklust waren zij erg gewaardeerd door hun werkgevers. Daarbij kwamen steeds meer gastarbeiders tot het besef dat men zich hier voorgoed zou nestelen.
Zo vertelt één van de mannen die ik sprak en die als eerste hier naartoe kwam met een brede glimlach en vol trots hoe zij na hun werk gezamenlijk het gebed verrichten en dan elke voetbalwedstrijd op de voet volgden. Aanvankelijk kwamen ze samen in een klein theehuisje aan het einde van de Hoofdstraat. We noteren dan ongeveer het jaar van 1975.

Gezinshereniging
Door het besef dat de gastarbeiders zich hier voorgoed gingen huisvesten kwamen hun vrouwen en kinderen over naar Nederland. Voor velen was dit met name mentaal een enorme knop die om moest. Maar al met al redde zij zich en zo was mijn moeder één van de vrouwen die al snel Nederlands tot zich nam via buren en kennissen.

Stichting en Moskee An Nour
Met het gegeven dat de eerste generatie hier zou blijven, kwam ook de behoefte en het gemis van een gebedshuis. Er doen verschillende verhalen de ronde hoe dat precies ging en rond welk tijdsbestek. Als we alle bronnen naast elkaar neerleggen tellen we de jaren vanaf 1975 tot circa 1995. In 1982 wordt na 7 jaar van plekken te hebben gewisseld eindelijk Stichting An Nour opgericht. An Nour betekent ‘Het Licht’ en is samen door de arbeiders gekozen.

De eerste lichting Marokkaanse gastarbeiders die hiernaartoe kwamen telden ongeveer 50 man.

Er komen dan ook steeds meer specifieke plannen en behoeftes om een eigen plek te bouwen om de Marokkaanse gemeenschap te huisvesten. Het is dan ook in 1984 dat de gastarbeiders geld beginnen in te zamelen op initiatief van een imam uit Den Bosch, zodat zij grond kunnen aankopen bij de gemeente.
Na een lange periode van inzamelen wordt uiteindelijk begonnen met de bouw van de moskee in 1991. Het is na jarenlang hard werken en werven dat de Marokkaanse gemeenschap eindelijk een stuk grond toegewezen krijgt tussen de rivier de Aa en het Nicodemuspad op de Beatrixsingel om hun gebedsplaats te bouwen. Na drie jaar bouwen is de moskee in 1994 officieel in gebruik en worden er de vijfdaagse gebeden verzorgd, verschillende koraanlessen voor kinderen en andere activiteiten.

De tweede en derde generatie
De nakomelingen van deze generatie hadden het moeilijk. Veel van hen werden - al was het voor korte tijd - naar Marokko gestuurd zodat de achterban voor hen kon zorgen en de ouders hier hard konden werken. Voor veel jongeren was dat dubbel. Zij konden enerzijds veel over hun geloof, roots en taal leren. Maar met name het gemis van hun ouders was immens. Velen kwamen dan ook na een jaar of twee terug naar Nederland.


De eerste generatie Marokkaanse gastarbeiders. Ode aan hen!

De tweede generatie aardde sneller dan verwacht. Hun beheersing van de Nederlandse taal werd steeds sterker en op verschillende gebieden bleken zij enorm veel talent te hebben. Velen bleken met name door hun fysiek sterke bouw, snelheid en techniek te excelleren op het gebied van voetbal.
De vrouwen van de tweede generatie waren met name te vinden en werkzaam in de sociale sector en in de mediabranche. Zo zagen we verschillende stichtingen opgericht om de Marokkaans-Islamitische gemeenschap te vertegenwoordigen en de inheemse bevolking kennis te laten maken met de cultuur.
De derde generatie ging/gaat het nog makkelijker af. Als nazaten van de tweede generatie, beheerst deze generatie de taal nog beter dan de tweede. Ook zij participeren volop in de maatschappij en zijn niet van de voetbalvelden weg te slaan.
Ook de schoolprestaties worden alsmaar beter blijkt uit allerlei bronnen. Waar er aanvankelijk slechts een handjevol Nederlanders van Marokkaanse komaf waren die hoogopgeleid zijn, zijn het er later veel meer. De Marokkaanse gemeenschap doet het dus ook op dat vlak goed.

Rijke geschiedenis
De Marokkaanse gemeenschap in Veghel is enorm warm en kent een rijke geschiedenis. Met dit schrijven heb ik helaas selectief moeten zijn, want ik zou er een boek over kunnen schrijven. Bij gebrek aan bronnen en data zijn veel verhalen met name anekdotisch, maar ik hoop dan ook de lezer beknopt meegenomen te hebben in deze reis die inmiddels bijna 50 jaar duurt en hopelijk nog lang voortzet. Namens mij een persoonlijk bedankje aan de oude garde in Veghel die enorm hard heeft gewerkt en nu geniet van hun welverdiende rust en bezinning. We hopen dat we deze lijn gezamenlijk in de toekomst kunnen voortzetten en een mooie toekomst voor zowel ons als onze kroost kunnen bieden.

Meer berichten