Logo kliknieuws.nl/uden
Met zijn huiskonijn.
Met zijn huiskonijn. (Foto: Ankh van Burk)
TERUGBLIKKEN MET JAN VAN BERGEN

'Een mens kan niet zonder kunst en cultuur'

  •   keer gelezen   Human Interest

UDEN | Als ik hem opbel om een afspraak voor deze rubriek te maken, is hij samen met zijn vrouw aan het fietsen in de buurt van Boxtel. Zijn vrouw heeft toevallig de agenda bij zich, zodat het interview vastgelegd kan worden en een week later sta ik op de afgesproken tijd bij hem op de stoep in Gruunsel. Zo gauw hij in zijn stoel aan tafel zit, met opgetrokken knie, begint hij zijn verhaal. Het Udens Weekblad blikt terug met oud-wethouder Jan van Bergen.

tekst en foto's: Ankh van Burk

Jan werd geboren in 1946 als middelste in een gezin van vijf kinderen in het buurtschap Oosterens in Volkel. Hij heeft twee broers en twee zussen. Jan: "Tot 1949 woonden we bij mensen in, wat gebruikelijk was na de oorlog tot we een woning konden betrekken in de Heuvelstraat, waar de eerste sociale woningen gebouwd waren. Er was wel een douche, maar geen warm water en we hadden een grote tuin, waar groente gekweekt werd. Achterin stond een kot, waar we een varken hielden." Jan's vader is voor zijn huwelijk schaapsherder geweest en daarna werkte hij als ongeschoold fabrieksarbeider in een garenfabriek in Nijmegen, bij de CHV in Veghel en tot slot bij de Dico in Uden. "Het was bij ons thuis armoe troef. Toch heb ik er als kind niet onder geleden en heb altijd genoeg te eten gehad. Als het varken geslacht was, waren de maaltijden vet, maar als het varken op was werden de maaltijden schraler. In de buurt was iedereen arm en toch deelden de mensen veel met elkaar, want zonder delen kwam je er niet." Jan blikt terug op een hele leuke jeugd. "We speelden veel op straat, maakten zelf vliegers of vermaakten ons met 'reepen' met een oud fietswiel. We gingen wel vijf keer per week naar opa op de boerderij aan de Heikant, waar ook van alles te beleven viel."

Gregoriaans
In zijn jeugd wordt de kiem gelegd van zaken, die in zijn latere leven een rol gaan spelen. Jan doorloopt moeiteloos de lagere school, want hij was leergierig. In de derde klas werd hij lid van een jongenskoor en zong hij mee in de kerk. "Zo is mijn liefde voor Latijn en Gregoriaans ontstaan. Nu nog luister ik graag naar Gregoriaanse gezangen", vertelt hij geroerd. Het was tevens de basis voor zijn belangstelling voor kunst en cultuur. Omdat zijn moeder veel ziek was, nam hij de taak op zich om voor het eten te zorgen. "Zo leerde ik koken en als mijn vrouw ziek was, nam ik die taak met gemak over." Als jongetje verdiende hij een zakcentje bij door contributies op te halen voor het Wit-Gele Kruis en de vakbond. Zijn vader was lid van de KAB (Katholieke Arbeiders Beweging) en van de KVP. "Dat is de bedding waardoor ik geïnteresseerd raakte in politiek en vakbeweging." Na de lagere school volgt Jan drie jaar de LTS, richting timmeren. Handvaardigheid was echter niet zijn ding, maar hij haalde wel zijn diploma en via het leerlingstelsel ging hij werken bij een kleine meubelmakerij en daarnaast volgde hij de avondopleiding. "Al in de meubelmakerij hield ik me bezig met hoe je het productieproces kon verbeteren door van herhalende objecten meerdere exemplaren tegelijk te maken en niet apart per meubelstuk." Jan is 18 jaar als hij bij de Dico komt werken. In die tijd ontmoet hij Toos op een carnavalsfeest, maar in zijn diensttijd raken ze elkaar uit het oog. Daarna treffen ze elkaar weer op een carnavalsfeest en in 1970 trouwen zij. Zij kregen een dochter en een zoon en inmiddels genieten Jan en Toos van vijf kleinkinderen.


Kuipplanten zijn een hobby van Jan.

Leiding geven
In de 25 jaar die Jan bij Dico werkte, werkt hij zich op tot leidinggevende en was hij jarenlang voorzitter van de ondernemingsraad. "Ook bij de Dico was ik bezig het productieproces te verbeteren, maar ik ging altijd te rade bij de man aan de machine. De erkenning van de werknemer als de deskundige op zijn plek heb ik altijd belangrijk gevonden." Jan volgde veel vakbondscursussen en kreeg zo inzicht in wetskennis in relatie tot arbeidssituaties, personeelsbeleid en het interpreteren van de winst- en verliesrekening. "Ik heb een winstdelingsregeling voor elkaar gekregen die voor alle werknemers in geld gelijk was", vertelt hij trots. Ook bewerkstelligde hij dat functieniveaus elkaar meer naderden door anders te kijken naar de kwaliteit van de functie en niet naar hoe iemand die bereikt had.

Politiek
Op 18-jarige leeftijd werd Jan lid van de PPR. In 1972 werd hij lid van de PvdA, omdat hij zich meer thuisvoelde bij een grote volkspartij dan bij een kleine getuigenispartij. Bovendien was hij een bewonderaar van Joop den Uyl. Het was in een tijd dat de lokale PvdA erg actief was met een behoorlijke achterban en de Rooie Vrouwen. "Er kwam veel voeding vanuit die achterban alsook van de steunfractie", herinnert Jan zich. In 1978 wordt Jan gevraagd om op een verkiesbare plaats te staan in de lijst en zo werd hij raadslid. Binnen een jaar werd hij fractievoorzitter. In de jaren 1989-1990 was er veel te doen over financiën tussen oppositie en coalitie en ging het steeds over de wet en de marges. "Er waren steeds felle discussies over de begroting, tarieven of het vrij te besteden budget", weet Jan nog. Het was in die tijd dat raadslid Van der Avoird vond dat Jan wethouder van financiën moest worden, omdat hij zoveel creatieve ideeën had over financiën. "Zelf had ik dat nooit zo gezien."


Uilenbeeldjes in de tuin staan voor Joop den Uyl.

Markant
In mei 1990 wordt Jan wethouder van financiën. "Ik begon meteen met een forse bezuinigingsoperatie op het gebied van subsidies, maar ook van personeel. Aan de ene kant gaf dat een goed gevoel om grip te hebben op de uitgaven, aan de andere kant ging dat niet zonder pijn." In die tijd was er ook veel discussie over cultuur: was dit elitair of hoorde dit bij het leven? "Ik vond dat cultuur bij het leven hoort vanuit mijn ontdekking van de muziek in mijn jeugd en op basis daarvan stond ik ook vierkant achter een nieuw theater voor Uden." De realisatie van het theater werd een speelbal van de politiek, omdat er steeds discussie ontstond over het begrip 'volwaardig' theater. "Dankzij de fijne samenwerking met architect en aannemer kon er toch binnen het budget een theater komen mét orkestbak en balkon en niet te vergeten met de steun van het CDA."

Motie
Toch kostte het Jan in 1997 de kop, toen er een motie van wantrouwen tegen hem ingediend werd vanwege het exploitatietekort van Markant. "Ik nam ontslag, maar bleef raadslid en dat kwam goed uit, want Toos en ik hadden een reis gepland naar Sulawesi en Irian Jaya. Op die primitieve reis kon ik mijn hoofd leegmaken." Een half jaar later werd Jan weer gekozen als raadslid en werd weer wethouder van financiën tot 2002 toen hij een punt zette achter zijn politieke loopbaan. Terugkijkend zegt hij: "Het was een geweldige tijd, je kon het verschil maken en zaken tot stand brengen, ook al ging dat weleens ten koste van het gezin." Na 2002 is Jan veel gaan lezen, wijdt hij zich aan zijn hobby kuipplanten kweken, fietst hij veel met Toos en geniet hij volop van theater en museumbezoek. Regelmatig nemen zij ook hun kleinkinderen mee naar het theater. Terugblikkend op zijn leven zegt hij: "Mijn gezin en de kleinkinderen heb ik altijd het belangrijkste gevonden, maar daarnaast de kunst en de cultuur, omdat dat boeit, emotioneert en verrijkt. De mens kan niet zonder kunst en cultuur."

Meer berichten