Logo kliknieuws.nl/uden
<p>Willem voor het pand aan de Oranje Passage.</p>

Willem voor het pand aan de Oranje Passage.

(Foto: Henk Lunenburg)

‘Als rasechte Amsterdammer had ik nog nooit van Uden gehoord’

  •   keer gelezen   Human Interest

UDEN | In deze editie van ‘In Gesprek Met’ praten we met Willem Schallies. Willem werd in 1945 geboren in de Jordaan in Amsterdam. Het gezin bestond uit drie kinderen Willem was de oudste. Zijn vader was havenarbeider en moeder zorgde voor het huishouden en de kinderen. In de jaren 90 kwam hij als Amsterdammer richting Uden. Hij vertelt naast zijn ervaringen als horecaondernemer in het Udense ook over zijn tijd in Amsterdam, Zwolle én Thailand.

door Henk Lunenburg

Hoe was je jeugd?
“Ik had heel veel vrienden. Na schooltijd voetbalden we veel en er was altijd wel wat te beleven in Amsterdam, zeker in de Jordaan. Na de basisschool ging ik naar de land- en tuinbouwschool in Amsterdam- Noord. Ik wilde dierenverzorger worden in Artis. Een vriend van mij was gaan varen op de Holland West-Afrikalijn. Hij vertelde vele sterke verhalen en haalde mij over om ook te gaan varen. Eigenlijk was ik met mijn 16 jaar nog te jong, dus ik was blij dat toch werd aangenomen. Dagelijks werd het eten bereid door de chef-kok, twee koksmaten en ik als koksmaatje. We vervoerden goederen naar alle belangrijke havens van de wereld, onder andere in Europa, Afrika, Thailand, Japan, Zuid-Amerika en Suriname. Het werk aan boord werd uitgevoerd door meer dan 40 personen, sommigen hadden in ieder stadje een ander schatje. We waren maanden van huis en tussen de reizen waren we soms maar een week thuis. Later ben ik op een olietanker gaan varen, daar heb ik me opgewerkt tot kok. Deze tanker was zo groot dat hij in die tijd niet door de sluizen van IJmuiden kon. In 2016 is in IJmuiden begonnen met de bouw van de grootste zeesluis van de wereld, begin 2022 zal hij beschikbaar zijn voor de scheepvaart. Vorige week werd de naam van deze sluis bekendgemaakt: Zeesluis IJmuiden. Na 7 jaar varen, zocht ik werk op het vasteland.”

Wat ben je daarna gaan doen?
“Hierna heb ik gewerkt in de Amsterdamse broodjeszaak ‘Broodje van Kootje’, daarna begon ik een cafetaria in de Utrechtsestraat. In 1990 nam ik samen met mijn broer een bijna failliete manege in Zwolle over, waar 30 tot 40 springpaarden stonden. Dat waren paarden voor verhuur en pensionpaarden. Het was altijd mijn droom geweest om iets met dieren te gaan doen. Met hard werken hebben we er een goedlopende manege van gemaakt. In onze manege was er de mogelijkheid om springlessen te volgen, op je eigen paard of op een paard van de manege. Elke dinsdagavond organiseerden we een groot springconcours. Vele bekende springruiters, zoals Johan Heins, kwamen naar Zwolle om mee te doen. Ik heb vaak deelgenomen aan de wedstrijden en viel enkele keren in de prijzen. Tijdens en na de wedstrijden konden de bezoekers en deelnemers gebruik maken van de horeca die boven de manege aanwezig was. Van de gemeente kreeg ik een vergunning om naast de manege een huis bij te bouwen. Jaren later is de samenwerking met mijn broer gestopt en hebben we de manege verkocht.”

Wist je al wat je hierna wilde gaan doen?
“Ik had nog geen idee wat ik daarna wilde gaan doen. Na de verkoop van de manege ben ik met een vriend en zijn Thaise vrouw voor een aantal maanden naar Thailand op vakantie gegaan. Tijdens deze rondreis heb ik mijn vrouw leren kennen. Het duurde nog wel een half jaar voor ze naar Nederland mocht komen. Samen hebben we nog even op een flat in Zwolle gewoond.”

Je wilde weer graag de horeca in.
“In 1995 belde ik een makelaar en vroeg of hij een horecazaak te koop wist. Na enige tijd vertelde hij dat in het Brabantse Uden een cafetaria ter overname stond. Ik wees het af omdat ik als rasechte Amsterdammer zelfs niet eens wist waar Uden lag. Na twee weken belde hij mij nogmaals en vroeg of ik toch even in Uden wilde gaan kijken. Een paar dagen later had ik de inboedel gekocht en het pand aan de Marktstraat gehuurd. We woonden op de Schepenhoek. Quick en Quality en Van de Rijt waren toen de enige eetgelegenheden in het centrum van Uden. Later kwam op de Markt ook nog een cafetaria van Theunissen. In de markthal bij het gemeentehuis waren diverse sportclubs actief. Het Quick en Quality zaalvoetbalelftal dat daar ook trainde en wedstrijden speelde, werd door ons gesponsord. Quick en Quality aan de Oranjepassage hebben we vijf jaar gehad.”

Wat waren jullie nieuwe plannen na die vijf jaar?
“Eerst gingen we voor een paar maanden op familiebezoek naar Thailand. Na terugkomst hebben we Cafetaria Frieties aan het Mondriaanplein overgenomen. Naast snacks verkochten we ook lunchpakketten voor ondernemers in het centrum. Ook hebben we nog zaken gehad in Oss en Deventer, en een Thais restaurant in Nijmegen. We zijn wel steeds in Uden op de Schepenhoek blijven wonen, daar is ook onze zoon geboren. In 2013 openden we het Thais restaurant Sawadee in de Kerkstraat. Na vijf jaar stopte ik en ging met pensioen. Ik woon nu in de Wilhelminastraat en fiets graag in de omgeving van Uden. Ik ga graag op vakantie en heb enkele mooie reizen gemaakt, zoals drie maanden naar de Filipijnen en via China weer terug naar huis. Ik had veel geluk dat ik net op tijd weer terug was omdat kort daarna het coronavirus uitbrak. Uit voorzorg heb ik me toch laten testen omdat ik in een vliegtuig vol met Chinezen had gezeten. Gelukkig was ik niet besmet. Ik woon nu al ruim 25 jaar in Uden en wil er niet meer weg. Ik wandel graag door het centrum en zie dan de panden die leeg staan. Hopelijk worden die weer snel gevuld met mooie winkels, zeker nu de Marktstraat zo mooi is geworden. Als ik zie dat alle horecazaken dicht zijn en alleen maar afhaalproducten mogen verkopen, dan heb ik medelijden met deze ondernemers die het moeilijk hebben om in deze coronatijd het hoofd boven water te houden.”

Meer berichten