<p>Susanne en Ralph. (foto: Henk Lunenburg)</p>

Susanne en Ralph. (foto: Henk Lunenburg)

IN GESPREK MET

‘Het moment van afscheid ging door merg en been’

  •   keer gelezen   Human Interest

UDEN | Ralph Duijs uit Odiliapeel en Susanne Goossens-de Koning uit Zeeland zijn onderdeel van het ambulanceteam post Uden, bij de ‘Regionale Ambulance Voorziening’ (RAV) Brabant Midden-West-Noord. Wij blikken met hen terug op een
turbulente tijd.

door Henk Lunenburg

Welke opleidingen hebben jullie gevolgd?
Ralph: “Na de basisschool ging ik naar de mavo/havo, gevolgd door een basisopleiding verpleegkundige. Na de specialisatie ‘anesthesie’, heb ik de opleiding tot ambulanceverpleegkundige gevolgd. Ik werk fulltime op de ambulance.
Susanne: “Ik ben begonnen als ziekenverzorgende. Voor de overstap naar de ambulance heb ik mijn vrachtwagenrijbewijs moeten halen en volgde ik een opleiding vanuit de RAV op de ‘Academie voor Ambulancezorg’ in Harderwijk. Dit is een pittige opleiding van 9 maanden.”

Werken jullie altijd in dezelfde samenstelling/duo’s tijdens een dienst?
Ralph: “De samenstelling van de duo’s op de ambulance wisselt constant, je hebt elke dag met iemand anders dienst. Er is wel altijd één verpleegkundige en één chauffeur. Iedereen werkt volgens eenzelfde protocol en kan daardoor aan elke collega gekoppeld worden.”

Kwam de melding van Covid-19 in Nederland als een verrassing?
Susanne: “Al geruime tijd voor de eerste coronapatiënt in een Nederlands ziekenhuis werd opgenomen, was al bekend dat een nieuw virus, ‘COVID-19’, mogelijk ook naar Nederland zo komen. Toch waren we zeer verrast dat het zo snel, via Italië, Nederland bereikte. De eerste Nederlander met het coronavirus werd op 27 februari 2020 in Tilburg opgenomen. Een kleine maand later bleek dat Uden en omliggende dorpen tot de brandhaard behoorden. Binnen een paar dagen stond de hele acute zorg op z’n kop. We hadden nauwelijks tijd om uit te zoeken hoe we het beste ‘veilig’ ons werk konden doen.
Ralph: “Tijdens het ophalen van mijn eerste coronapatiënt droeg ik geen volledig beschermende kleding, de melding betrof immers een ‘onwel geworden persoon’, in plaats van de tot dan toe bekende verschijnselen van corona. Later bleek de patiënt toch corona te hebben.”

Wat betekende dat voor jullie werkzaamheden?
Susanne: “De eerste drie weken hebben we alleen maar patiënten met COVID vervoerd. Plotseling hadden we geen patiënten meer met pijn op de borst of met een longaandoening, en ook nauwelijks verkeersongevallen. Door de lockdown hadden we ook beduidend minder inzetten door vechtpartijtjes, drank- en drugsgerelateerde ritten, sportongelukken enzovoorts. Er waren in de ambulance geen medicijnen voor de doodzieke coronapatiënten die we vervoerden, alleen zuurstof. In een paar dagen tijd was de paraatheid van rijdende ambulances uitgebreid met extra ambulances. Je kunt je voorstellen dat dit een enorme druk gaf op de planning van het personeel.”

Hadden jullie voldoende beschermingsmiddelen op voorraad?
Ralph: “In de ambulance lag altijd al beschermende kleding. Hiermee beschermden we ons om niet besmet te raken. Onze managers hebben er met een team van collega’s het eerste weekend voor gezorgd dat er voor iedereen voldoende beschermingsmiddelen op de ambulances aanwezig waren. Omdat er in het begin nog veel onduidelijk was over de wijze van besmetting waren deze middelen enorm welkom.”

Hadden jullie het gevoel dat het uit de hand ging lopen?
Susanne: “We waren met zoveel auto’s aan het rijden en zagen op de eerste hulp dat ze het bijna niet meer aan konden. Door de nauwe samenwerking met alle hulpdiensten is in korte tijd een noodplan in werking gesteld. Mede hierdoor kwam de doorstroom in en vanuit Bernhoven goed op gang. Door een sterke samenwerking met het ziekenhuis werd de situatie werkbaar. Een landelijk team is later gaan zorgen dat alle patiënten opgenomen konden worden in ziekenhuizen door het hele land, en zelfs daarbuiten. Vanuit heel het land kwamen ambulances om patiënten over te plaatsen. Zelfs de traumaheli en een speciale Intensive Care-bus werden hiervoor ingezet.”

Waren jullie bang om zelf besmet te raken?
Ralph: “Voor ons was het ook allemaal nieuw. We verschoonden constant onze beschermende kleding en ontsmetten na elke rit de hele ambulance. Dat deden we niet alleen voor onszelf maar ook voor onze families.”
Susanne: “Toen ze tijdens de eerste persconferentie vertelden dat iedereen thuis moest blijven, kinderen niet naar school mochten en zoveel mogelijk vanuit huis moesten werken, keken twee kopjes naar mij en zeiden: “En jij moet gewoon gaan werken?” Je schrikt toch wel even van zo’n vraag. Ons werk kun je niet vanuit huis doen. Wij hebben respect voor ons team hier in Uden, samen hebben we de schouders eronder gezet. Niemand heeft gemopperd als ze extra diensten moesten draaien. We haalden veel steun uit de waardering, de spandoeken, het klappen en noem maar op. Elke keer dat we dat zagen, wisten we waar we het voor deden.”

Wat is jullie het meest bij gebleven aan deze tijd?
Ralph: “Waar we nog wel aan terug denken is elke keer weer het moment dat we een ernstig zieke patiënt naar het ziekenhuis moesten brengen. Het moment dat de familie afscheid moest nemen van hun geliefde familielid ging door merg en been.”
Susanne: ”Ik was vaak blij dat ik mijn beschermingspak, mondkap en bril op had zodat niemand mijn emotie zag. Familie bleef achter, mochten niet naar het ziekenhuis komen. We konden niemand gerust stellen. We wisten immers zelf ook niet hoe het verder zou gaan met de patiënt.”

Krijgen jullie ook nazorg om je hart te luchten?
Ralph: “Het is standaard bij de ambulance dat er altijd als we iets hebben meegemaakt een ‘TCO’, Team Collegiale Opvang wordt ingezet. De meldkamer beslist dan dat die collega’s opgevangen moeten worden. Susanne is een van die mensen hier in Uden. Met COVID-19 was het anders. Gezamenlijk vingen we elkaar op in deze periode. Pas na de tv uitzendingen van ‘Veerkracht’ hadden sommige collega’s behoefte aan een gesprek. ‘Organisatie Doen’ is daarvoor ingeschakeld. Een vijftal weken hadden we de mogelijkheid om met een medewerker een persoonlijke afspraak te maken of in groepsverband. Heel veel collega’s hebben daar gebruik van gemaakt. Fijn dat de RAV dit heeft gefaciliteerd. Wij zijn nog steeds niet ‘klaar’, maar hopelijk wordt zo snel als kan iedereen gevaccineerd zodat we weer kunnen genieten van het ‘gewone’ leven.”

Cv
Ralph is op 27 februari 1976 geboren in Oss en groeide op in Heesch. Nu woont hij in Odiliapeel met zijn twee dochters van 13 en 8 jaar. Ralph was 4/5 jaar toen hij de drietoon van de ambulance al herkende. Op zijn fietsje ging hij kijken en was gefascineerd door het werk van de ambulancebroeders. Sinds 2001 is hij werkzaam als ambulanceverpleegkundige.
Susanne is op 21 april 1975 geboren in Helmond en groeide op in Gemert/de Mortel. Op dit moment woont ze in het dorp Zeeland, met haar man Marc en hun twee dochters van 16 en 18 jaar. Susanne werkt fulltime als chauffeur op de ambulance.

Meer berichten