<p>Robert-Jan van Gerven van Heijmans vastgoed en mevrouw Coenen in gesprek.</p>

Robert-Jan van Gerven van Heijmans vastgoed en mevrouw Coenen in gesprek.

(Foto: Iris Wuijster Fotografie )

Samen herinneringen ophalen aan 100 jaar Dico

  •   keer gelezen   Human Interest

UDEN | Er wordt nog altijd volop gebouwd aan het Land van Dico. Vandaag nemen we niet daar een kijkje, maar parkeren we een straat erachter. Daar woont namelijk mevrouw Coenen. De weduwe van Gerd Coenen, die van 1955 tot 1990 directeur van Dico was en in 2017 op 89-jarige leeftijd overleed.

door Sanna Helmer 

Een stralende vrouw doet open. 94 jaar, je zou het haar niet geven. “Ik zie niet meer zo goed hoor”, zegt ze terwijl ze ons voorgaat naar de woonkamer, “maar met mijn gehoorapparaat kan ik nog prima horen.” Niet veel later blijkt dat ze ook nog als de beste kan vertellen. Wat een bijzonder, rijk leven heeft deze vrouw geleefd. En hoe bijzonder is het om alle verhalen van het Dico van toen te horen.

De geschiedenis in het kort
Voor wie de geschiedenis van Dico niet kent, in een notendop het verhaal. Dico werd in 1917 opgericht door de families Diks en Coenen. Eerst werden er riethulzen geproduceerd, maar de wereldwijde bekendheid kwam pas toen het bedrijf zich specialiseerde in de productie van bedden. In de jaren 70 en 80 waren ze zelfs een geduchte concurrent van Auping. Van concurrentie was alleen op de markt sprake, want de families waren goed bevriend met elkaar. Ook tussen de Diks en Coenen familie boterde het goed. Diks had al 3 zonen in het bedrijf, dus Coenen kon niet achterblijven. Zoon Gerd werd min of meer gedwongen om vervroegd in het bedrijf te gaan werken. Op 22-jarige leeftijd begon hij zijn carrière en op zijn 61e ging hij met vervroegd pensioen. In 2006 sloot de fabriek de deuren. Niet lang daarna hield het familiebedrijf op te bestaan. Hier - zittend in de woonkamer van de familie - worden vele herinneringen van 100 jaar Dico met plezier nog een keer opgehaald.

Hoe het allemaal begon
We beginnen bij de eerste ontmoeting. “Waar was dat en hoe ging dat?”, vraagt projectontwikkelaar Robert-Jan van Gerven. Mevrouw Coenen begint met een glimlach te vertellen. “Ik woonde in Maastricht en kende daar een vriend van Gerd. Ze hadden samen op kostschool gezeten en studeerden in Tilburg. We kregen verkering en zagen elkaar één keer in de zes weken een zaterdag. Gerd moest werken en studeren en meer tijd had hij niet. Aangezien Gerd als ‘zoon van’ het bedrijf moest komen versterken, was het een logische keuze om in Uden te wonen. Wat verschrikkelijk vond ik dat. Vrienden vroegen: ‘ga je emigreren?’ Ik zei altijd; ‘het is hier dicht geplakt met krantenpapier.’ Nee, blij werd ik er niet van.”

Tien kinderen
Gelukkig keerde het tij, want aan alle mooie verhalen te horen, was Uden uiteindelijk zo slecht nog niet. De heer en mevrouw Coenen kregen in 13 jaar tijd tien kinderen; zes zonen en vier dochters. De rolverdeling was traditioneel. Moeders zorgde voor de kinderen, regelde alle sportclubjes en vond ondertussen ook nog tijd om in diverse besturen plaats te nemen. Vader was in de fabriek aan het werk of op reis om de commerciële mogelijkheden buiten Europa te verkennen. Zoon Joep die aanwezig is bij het gesprek, geeft een voorzetje. “Wat gebeurde er moeder, als vader op reis was?” Er verschijnt een grijns. “Dan mocht er veel. We aten wat mijn man niet lustte en de kinderen mochten spelen zonder de troep gelijk op te hoeven ruimen. Alles ging aan de kant en het enige wat moest blijven staan was mijn stoel.” En zo zijn er nog meer bijzondere anekdotes uit die tijd.

Sociaal bewogen
“Ik had ontzettend veel vriendinnen door de kinderen en betrokkenheid van het dorp bij de school en sportclubs. Toen de kinderen ietsje groter waren en ik 40 jaar was, ben ik weer lekker gaan hockeyen. Met de ‘veterinnen’ heb ik heel veel plezier gehad. Wat ik ook altijd leuk vond was het rondbrengen van de kraamgeschenken als de vrouwen van de fabrieksmedewerkers bevallen waren.” Wij vinden dit heel bijzonder, maar volgens mevrouw was het heel normaal. “We zijn vanuit een familiebedrijf groot geworden en sommige dingen blijf je dan doen. Dit was er één van.”

Alle landenmanagers bleven borrelen en eten
Ook de contacten met zakenrelaties heeft mevrouw Coenen als prettig ervaren. “De landenmanagers kwamen soms een paar dagen vergaderen in Uden. Dan bleven ze allemaal bij ons borrelen en eten. Met enkelen bouwden we een levenslange vriendschap op. Ik krijg met Kerst nog altijd een kaartje van de voormalig landenmanager uit Engeland.” En terwijl mevrouw dit aan het vertellen is, lijken veel herinneringen weer boven te komen. Ze kijkt haar zoon aan en zegt: “Ik ging ook vaak mee op zakenreis. Japan weet ik nog heel goed. Mijn man was aan het werk en ik kreeg iemand aangewezen die me Hiroshima liet zien. In Singapore ging ik zelf op ontdekking. Ik keek wat er te doen was en boekte een bustour.” We hangen aan de lippen van mevrouw Coenen en zijn gefascineerd door het gemak waarmee ze de plaatsnamen en landen waar ze geweest is uit haar mouw schudt. 94 hè! Nogmaals, je zou het niet zeggen.

Nog even samen genieten
Na 40 dienstjaren hield Gerd het voor gezien en ging hij met vervroegd pensioen. Samen had het stel nog ruim 25 mooie jaren waarin veel gereisd werd. “We gingen terug naar Indonesië, waar mijn man gelegerd was en bezochten nog zoveel andere mooie plekken. Dat was echt genieten.” Als Robert-Jan aan mevrouw Coenen vraagt wat ze van Land van Dico vindt, is ze eerlijk. “Ik vind die woningen die op een fabriek lijken niet zo leuk hoor.” Robert-Jan lacht. “Ja, dat kan ik begrijpen, het is ook een heel stads ontwerp. Ik vond het goed passen in deze ontwikkeling en heb me er daarom hard voor gemaakt. Grappig is dat juist naar deze woningen nu heel veel vraag is.” Mevrouw Coenen vervolgt: “De andere huizen vind ik wel mooi hoor en bovenal ben ik blij dát er gebouwd is. Ik kwam geregeld mensen tegen, toen het terrein nog braak lag, die vertelden hoe graag ze hier wilden wonen zo dicht bij het centrum. Maar ik begrijp dat dit kwam, doordat het bestemmingsplan met zorg en input van de omgeving is opgesteld, dat kost meer tijd. Zo fijn dat mensen hier nu een nieuw thuis hebben gevonden op de plek waar mijn man zolang zijn bedrijf had. Ja, ik voel zeker trots.”

Meer berichten