'Bij ons is het allemaal rock'

  •   keer gelezen   Opmerkelijk
UDEN - Boerenzoon Piet Rutten van de Hulstheuvel emigreerde in 1957 naar Australië. Twee jaar later kwam hij terug om zijn bruid Anne Vogels van Slabroek op te halen. Samen boerden ze goed in Queensland dat twee jaar terug nog zo in het nieuws was door grote overstromingen.

[image=267098]

Overstromingen in het droge Queensland?
“Ik had nooit gedacht dat het mogelijk was. Een regendepressie bleef hangen, de dam liep over en de ‘creek’ langs ons, ik dacht die kan nooit vol komen, maar hij kwam wel vol.”

Boeren is hier veel makkelijker?
“Ik heb staan kijken bij V&D, ze waren die betonnen palen in de grond aan het duwen. Bij ons is het allemaal ‘rock’ en hier duwen ze de grond gewoon opzij.”

Je zag er ook nog oude bekenden?
“Ja, van de Sint Petrusschool”

Kon je goed leren?
“Ja, ik leerde graag, maar ik moest naar de boerderij.”

Moest?
“Dat werd verwacht als je de oudste was. Vader stond al te kijken wanneer je van school af was, want dan kon je mee helpen.”

Nu heb je heel je leven hard moeten werken, terwijl je het ook makkelijk had kunnen hebben.
“Wat is makkelijk?”

Baantje bij Kliknieuws: bietje buurten, bietje schrijven.
“Ja, dat had ik misschien ook wel gekunnen.”

In het boek dat je schreef over je leven, is het boek immers veel afzien.
“Ach, we wisten helemaal niet wat ons te wachten stond. Wat kwam, dat kwam en we waren jong. Onder een boom slapen dat konden we ook als het moest en dat hebben we ook weleens gedaan.”

Had je wel een droom?
“Ja, een boerderij en we konden toen zien dat dat zou kunnen met hard werken.”

En hard werken was het?
“Vooral in de katoen en in de peanuts. Het oogsten van pinda’s is zwaar werk. Heel de dag met je neus boven de grond lopen. We kregen per kilo betaald, dus dat was doorwerken, maar om drie uur hadden we een weekgeld, iedere dag.”

Jullie waren de Polen van nu.
“We werkten toen voor een Griek die zei: ‘ik heb maar vier Hollanders nodig tegen twintig Australiërs’.”

Die foto van Anne is in het katoen.
“Van zes tot zes plukken.”

[image=267097]

Katoen prikt.
Anne: “Het is net een noot die open springt en je trekt de wat katoen eruit. Maar de puntjes van de noot zijn haarscherp. Nee, geen handschoenen.”

Ben je terugkijkend op je leven, blij dat je gegaan bent.
“Ach, ik zou hier ook succesvol zijn geworden. Toen wij weggingen, waren de vooruitzichten in de landbouw niet goed, maar toen we een jaar of vijf daar waren, werd het hier ook veel beter.”

Het was net de tijd van het boerenzonenoverschot?
“Ja, die konden ze hier niet kwijt. Iemand die een ambacht had, kon goed beginnen, want er was veel kapot na de oorlog. Er moest veel opgebouwd worden, vooral in Duitsland.”

Maar je kende geen ambacht.
“Misschien als mijn vader had gezegd toen ik een jaar of 17 was: ‘jongen wat wil je worden?’ dan zou ik weleens gezegd kunnen hebben: elektricien. Daar had ik toentertijd meer zin in dan op het land.”

Dat heeft hij nooit gevraagd.
“Dus dan ging je op de boerderij.”

In Australië ook?
“We hadden geen skills, dus we moesten wel op het land. Daar lag onze future en we zijn daar happy. We hebben wel mislukte oogsten gehad en dan hadden we niks, maar een jaar daarna had je weleens een crop die voor twee of drie jaar telde.”

Dit kan het laatste keer geweest zijn dat je in Uden bent.
“What will be, will be, maar ik ben satisfied met wat we gedaan hebben. Dankbaar, ook al hebben we onze familiedrama’s daar gehad, maar ja, mijn moeder zei altijd: ‘ieder huisje heeft zijn kruisje’, en ik denk dat dat overal zo is.”

[image=267095]

Je bent ook best vaak in Uden teruggekeerd.
“Toen ik weg ging, dacht ik: ik zie mijn vader en moeder nooit meer, en dat dachten zij ook. Mijn moeder was er helemaal niet voor, maar mijn vader stond er wel achter, ook al wist hij dat hij een knecht verloor.”

Kon hij je missen?
“Toen mijn vader ziek werd, was het lastig. Daar blijven of terugkomen, daar hebben we mee gevochten. Onze Gerrit was 16 en nog niet mature genoeg om de boel te runnen. Als ik het ergens moeilijk heb gehad om daar te blijven, was het toen.”

Je bleef!
“Ja, ik dacht: ‘er zijn er nog negen en twee zussen zijn ook goed op de boerderij, die kunnen onze Gerrit wel opsturen. En zo is het ook gebeurd.”

[image=267096]
Meer berichten